Categorieën
Uncategorized

Ridefulness

December 2019

Ridefulness

IMG_1877

Hoe het allemaal begon

In mijn vroege jeugd woonde ik in Epe, aan de rand van de Veluwe. Zolang ik me kan herinneren stonden er altijd racefietsen in het schuurtje in de tuin. Mijn vader was een enthousiast wielrenner. Het heuvellandschap van de Veluwe is bij uitstek geschikt om te trainen. Door zijn enthousiasme werd mijn interesse in het fietsen al heel jong gewekt, al deden mijn broer en ik dat eerst nog op gewone fietsen.

Toen er een ware mountainbike-rage overwaaide uit de VS moest en zou ik ook zo’n fiets. Ik ging er hard voor sparen. Mijn ouders zouden dat bedrag aanvullen als cadeau voor mijn 11e verjaardag. Maar ik kon niet wachten en maanden ervoor mocht ik de stoere tweedehands mountainbike kopen die ikzelf had uitgezocht, met veel versnellingen en van die mooie dikke banden. Ik was supertrots en heb er veel op gefietst. Maar na een tijdje was de lol eraf omdat ik met mijn vader mee wilde als hij ging trainen, en daar had je toch echt een racefiets voor nodig. Mijn vader zwoer bij Gazelle, dus werd het een Gazelle, een blauwe met drie versnellingen, wat ik eigenlijk een beetje weinig vond. Ik besteedde veel tijd aan het onderhoud en het sleutelen aan mijn fiets om alle onderdelen te leren kennen. De fietsvakanties met mijn ouders en mijn broer in de Eifel waren nog gewoon een beetje lekker fietsen, maar ik wou meer. Ik wou ook meedoen aan de Elfheuvelentocht op de Veluwe die mijn vader elk jaar reed, en dan ook meteen het langste traject, 150 km. Ik moest nog twaalf worden.

Mijn vader was een enthousiast wielrenner.
Door zijn enthousiasme werd mijn interesse in het fietsen al heel jong gewekt

1992-elfheuvelentocht-bram-en-hans-copy

Trance

Om in conditie te komen begon ik al maanden van te voren serieus te trainen. Ook ‘s avonds, bij mijn vader ‘aanklampen’ zoals dat heet in wielrennerstaal. Daar ligt de kiem van mijn racefietspassie. In de uitdaging om hem bij te houden, leerde ik het trucje dat je vrij dicht achter je voorganger moet blijven waardoor jij in de luwte fietst. Toen ik er op die Elfheuvelentocht de laatste 30 km helemaal doorheen zat, fixeerde ik me op het achterlicht van mijn vader, wat maakte dat ik dat laatste uur in een soort trance kwam. Nu ik daaraan terugdenk, was dat waarschijnlijk mijn allereerste ervaring met een soort meditatieve staat, al ontbrak een gevoel van ruimtelijkheid. Ik voelde me meer mentaal en fysiek gefixeerd in het hier en nu. Die allereerste toertocht heb ik, mogelijk als het enige kind dat meedeed, helemaal uitgereden. Daar was ik natuurlijk apetrots op en ik kreeg veel complimentjes. Later heb ik dat traject nog twee of drie keer gereden, op een gegeven moment wel op een fiets voor volwassenen, de racefiets van Grete, mijn stiefmoeder.

Zelfstandig

Nadat mijn vader het drukker kreeg met zijn bedrijf haakte hij af, maar ik ben nog een aantal jaren solo blijven rijden, dat heeft me zelfstandig gemaakt.

Omdat mijn vader en stiefmoeder in de kelder van ons huis in Zutphen een boeddhistisch altaar hadden waar zij regelmatig beoefenden, ben ik uit nieuwsgierigheid op mijn zestiende met mediteren begonnen. Ik begon met de voorbereidende oefeningen. Zij begeleidden de beoefening en ik deed een beetje mee, als het ware op een kinderfiets. In 1998 namen mijn ouders voor het eerst ook de kinderen mee naar een retraite centrum in zuid Frankrijk, wat voor ons toen nog een soort vakantie was.

Rots

Dan komt plotseling mijn vader te overlijden. Het eindexamen van de havo, een jaar later, heb ik nog wel gehaald, maar ik had totaal geen vertrouwen meer in het leven en mijn rol daarin. De rots in mijn leven was er niet meer. Het werd me duidelijk dat ik niet maar gewoon kon doorgaan met mijn leven, zomaar in een baantje stappen of een of andere studie gaan volgen. Mijn puberteit was voorbij en ik kon niet verder zonder eerst een antwoord te vinden op de vergankelijkheid waarmee zijn dood mij zo hardhandig had geconfronteerd. Nu ik mij niet langer op hem kon verlaten, moest ik een nieuw steunpunt vinden. Geleidelijk aan realiseerde ik me dat het boeddhistische pad mij de waarachtige steun en het begrip zou kunnen geven die ik op dat moment zo hard nodig had. Ik was namelijk erg onder de indruk geraakt van haar gedachtegoed, het leek me op het lijf geschreven. Omdat mijn vader mij met voldoende middelen had achtergelaten, stond niets me in de weg om mijn hart te volgen, mijn spullen te pakken en voor drie maanden naar zuid Frankrijk te gaan. Daar ontstond de diepe wens om mij voor langere tijd in het boeddhisme te verdiepen. Dus schreef ik me in 2001 in voor een eenjarige retraite in bij een retraite centrum in Ierland. De ervaringen die ik tijdens deze retraite opdeed, zijn het fundament gaan vormen van mijn pad.

In 2001 schreef ik me in voor een eenjarige retraite bij een retraite centrum in Ierland. De ervaringen die ik tijdens deze retraite opdeed, zijn het fundament gaan vormen van mijn pad.

bram-website-2

Kriebelen

Als we nu doorspoelen naar 2014, woon ik met Mala, die al 10 jaar mijn vriendin is, vlakbij het Westerpark. Met al die joggers een plek die uitnodigt om ook te gaan hardlopen. Als ik in Australië bezig ben met het organiseren van Awake (een manifestatie voor jongeren – red.) ga ik trainen voor de halve marathon van de City Pier City loop in Den Haag, die ik samen met mijn broer wil gaan lopen. Maar op een dag gaat het met mijn knie goed mis tijdens een warming up en moet ik een paar maanden kalm aan doen. Als na terugkomst blijkt dat mijn broer een racefiets voor zijn verjaardag heeft gekregen, begint het bij mij weer te kriebelen. Een tweedehands racefiets is zo gekocht en voor ik het weet zit ik er weer elke dag op. En in plaats van mijn knie te ontzien, gaat de sluimerende passie voor het fietsen een heel eigen leven leiden.

Lichtheid

Het fietsen geeft me een enorm gevoel van vrijheid en grenzeloosheid, van puur plezier en avontuur, maar ook van lichtheid door de eenvoud ervan. Gaandeweg raak ik er steeds meer aan verslingerd. Fietsen betekent voor mij niet alleen vrijheid, het geeft me ook een mentale ruimte die me niet ontnomen kan worden. Het is ook elke keer weer een avontuur, niet alleen wat bestemming betreft, maar ook qua innerlijke ervaring. Als je een alpentop beklimt en met maximale inspanning zo’n uur of anderhalf omhoog rijdt, dan dwing je jezelf om het vol te houden, en dan kunnen er momenten onstaan waarin lichaam en geest volledig samensmelten in een staat van opperste concentratie en focus.

Tweede adem

Tot het gaatje gaan is een vrijwillige keuze, maar het is wel alsof je uit vrije wil je vinger tussen de deur klemt. Je leert je pijndrempel steeds meer te verhogen, terwijl je volledig opgaat in die krachtsinspanning. Door die intense concentratie ben je alles even volledig vergeten. Het is jij en je fiets, de berg en de wind in je gezicht, het zoeven van de banden op het asfalt, de zachte ruis van de ketting. Je benen doen zeer, maar het maakt niet uit. Het unieke van de hele situatie neemt de overhand en geeft je een tweede adem. Als je om je heen kijkt is het ongekend mooi en totaal onwerkelijk. De woeste natuur komt binnen als een mokerslag. Je kan wel janken van blijdschap en toch moet je verder. Je kan het niet vasthouden. Je moet nog een heel eind. Op en neer gaan je benen, de ene pedaalslag na de andere.

Je gedachten vervagen en komen dan in alle hevigheid weer terug. Ik ben hier echt! Je zou jezelf wel willen knijpen. En dan, langzaam maar zeker komt de top in zicht…

ridefulness.com

Categorieën
Uncategorized

Koolmeesje in tijden van Corona crisis

Zelf(standige) reflectie in een uitdagende tijd

11617146-3x2-xlarge

Wat er nu aan de hand is met de corona crisis, doet me beseffen dat ik moet loslaten. Loslaten van verwachtingen, loslaten van de status quo. Hoe de dingen nu zijn. En de verandering te leren omarmen. De situatie is definitief veranderd en we weten niet hoe het eruit gaat zien. Of je nu een buffer hebt voor een paar maanden of helemaal niet, er zijn grote veranderingen gaande. Het roept de vraag op wat heb ik nodig om te kunnen leven? Wat heb ik nodig om te kunnen bestaan? En waar komt de spanning vandaan? Komt de spanning uit het proberen krampachtig vast te houden aan wat er was? Ben ik bereid om mijn armen te openen voor de toekomst, wat die ook moge zijn? Er is heel veel onzekerheid nu. Mijn eigen neiging bij onzekerheid is om nog meer vast te houden aan datgene wat ik weet, datgene wat ik ken. Maar al na een aantal dagen merk ik dat vasthouden aan dat wat zeker is, pijnlijker is dan loslaten. Er is een bepaalde ‘contractie’ rond de onzekerheid en die neemt met de dag toe. Ik voel dat deze periode een uitnodiging is om het te laten gaan. Dan maar geen vastigheid, dan maar geen zekerheden. De illusie van vastigheid, van je kunnen verlaten op de omstandigheden, voor mij komt die nu vrij pijnlijk aan het licht. Natuurlijk neem je deel aan de samenleving, je vraagt om hulp waar nodig, je blijft meedoen, je bent zorgvuldig met je uitgaven. Maar misschien is het definitief anders vanaf nu, misschien keren we weer terug naar het oude. We weten het gewoon niet.

Hoe ga ik daarmee om?

Terwijl ik dit schrijf zie ik een klein koolmeesje landen op de heg van de buren. Dit beestje weet van niets. Het ervaart geen crisis. Het is druk bezig met zoeken naar voedsel en uit de klauwen blijven van onze kater Charlie. Hij leeft in dit moment. Het koolmeesje triggert me. Het is een symbolische uitnodiging van het leven om me te ontspannen in dit moment en me te richten op wat nu nodig is. De uitnodiging is om los te laten, de verwachting los te laten dat ik de status quo kan behouden. Want die verwachting zorgt voor enorm veel spanning en angst. Als het moet veranderen laat het maar gebeuren. Wat overigens niet wil zeggen dat je achterover leunt en het maar over je heen laat komen. Het betekent loslaten van het constante gevecht tegen de verandering die van moment tot moment plaatsvindt. Dit is een delicate balans tussen actief blijven en berusten. Tussen overgave aan verandering die onvermijdelijk is en datgene wat wel behouden kan worden. En dat is niet zwart of wit. Het is niet of/of. Het is en/en. 

Het koolmeesje triggert me. Het is een symbolische uitnodiging van het leven om me te ontspannen in dit moment en me te richten op wat nu nodig is.

Dat is van moment tot moment de zoektocht. De schijnveiligheid is nu tijdelijk blootgelegd. Het is de uitnodiging om van moment tot moment te reageren op de dingen zoals ze zijn. Misschien is dat eigenlijk ook hoe de realiteit is. We weten niet hoe de toekomst zal zijn. Het verleden biedt geen garanties voor het heden of de toekomst. Enige wat we werkelijk kunnen doen is ontspannen in dit moment en wakker en open blijven. De paden die doodlopen niet meer inslaan. Niet meer met ons hoofd tegen de muur bonken in de hoop dat de muur wijkt. Misschien wel een nieuw pad inslaan.

Mijn boeddhistische training borrelt weer op. Niets is vast, alles is vergankelijk staat nu weer in een scherp daglicht. Het enige wat we werkelijk hebben is dit huidige moment. Aanvaarden dat de toekomst niet zeker is, hoezeer we ook die zekerheid willen hebben. Dat is de balans tussen aanvaarding dat we niet weten hoe het zal zijn en werken aan de toekomst. Balans is niet een bepaalde plek, een bepaalde vastigheid. Balans is hoe je reageert, met een frisse blik, of ingesleten reactiepatronen. Mijn ingesleten patroon is angst. Angst voor de toekomst, angst voor onzekerheid. Angst voor verandering. Dat is een grammofoonplaat uit de oude doos. Hetzelfde liedje wat zich al een groot deel van mijn leven herhaalt. Het koolmeesje gaf mij de uitnodiging om het liedje te laten zijn voor wat het is. Me te herinneren aan mijn training. Ik hoef er niet altijd naar te luisteren. Ik kan ook op een andere manier reageren. Meer open, meer ontvankelijk voor wat er nu is. Je best blijven doen en je tegelijkertijd telkens weer te ontspannen.